BlinfoTec

Informatie voor computergebruikers met een visuele handicap.


Inhoud| Zoeken| Nieuws| BlinfoTalk| bijdragen| Contact


Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen

Europaweg 4
Postbus 25000
2700 LZ Zoetermeer
Telefoon (079) 323 23 23
Telefax (079) 323 23 20


Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG

MLB/LB/2001/33.460

13 augustus 2001

Onderwerp

Cultuurnotabeschikking blindenbibliotheekwerk

Hierbij zend ik u ter kennisneming afschrift van mijn brief van heden aan de instellingen en organisaties van het bibliotheekwerk voor blinden en slechtzienden die betrokken zijn bij mijn daarop betrekking hebbende Cultuurnotabeschikking van 18 september 2000.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

dr. F. van der Ploeg

Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen

Europaweg 4
Postbus 25000
2700 LZ Zoetermeer
Telefoon (079) 323 23 23
Telefax (079) 323 23 20

AAN
het Bestuur van de FBBS, FNB, NLBB, FSB, CBB,
LSB, en de Raad van Toezicht van de FNB

MLB/LB/2001/33.458

13 augustus 2001

Onderwerp

cultuurnotabeschikking blindenbibliotheekwerk

Geachte Raad,

Uit de reactie van de Christelijke Bibliotheek voor Blinden en Slechtzienden (CBB) mede namens de Bibliotheek Le Sage ten Broek (LSB) en de Nederlandse Luister en Braille Bibliotheek (NLBB) en uit de reactie van zowel de bestuurder als de Raad van Toezicht van de Federatie van Nederlandse Blindenbibliotheken (FNB) op het op 6 juli 2001 gepresenteerde Finaal Voorstel van het bestuur van het Fonds voor het Bibliotheekwerk voor Blinden en Slechtzienden (FBBS) is mij gebleken dat er tussen het FBBS en de betrokken instellingen op fundamentele punten geen overeenstemming bestaat over de uitwerking van mijn Cultuurnotabeschikking van 18 september 2000. Ook de Federatie Slechtzienden en Blindenbelang (FSB) heeft laten weten niet in te stemmen met het voorstel.
Het bestuur van het FBBS heeft in zijn vergadering van 30 juli 2001 geconstateerd dat het ondenkbaar is dat er nog een voor allen aanvaardbaar compromis over de bestuurlijke vormgeving mogelijk is. Het bestuur van het Fonds stelt dat een uitspraak mijnerzijds geboden is. De implementatie van die uitspraak zou onder regie van mijn ministerie dienen plaats te vinden. Het FBBS acht zijn taak nu volbracht en verzoekt mij toestemming om tot ontbinding van de stichting FBBS over te gaan
Op grond van deze gegevens concludeer ik dat mij geen andere mogelijkheid rest dan bindend invulling aan mijn beschikking te geven in de vorm van een set van voor alle betrokkenen geldende subsidievoorwaarden.

Ter toelichting op mijn beschikking en de invulling daarvan ga ik eerst in op de achtergrond ervan en de overwegingen die bij het stellen van de subsidievoorwaarden richtinggevend zijn geweest.

Achtergrond van mijn Cultuurnotabeschikking
In een op 10 november 1993 gehouden Algemeen Overleg van de toenmalige minister van WVC, mw. D' Ancona, met de Vaste Tweede-Kamercommissies voor Welzijn en voor het Gehandicaptenbeleid over het blindenbibliotheekwerk is de conclusie getrokken dat de minister een vérgaande samenwerking tussen de bestaande blindenbibliotheken tot stand zou moeten brengen. De Kamer was in meerderheid op dat moment geen voorstander van een gedwongen fusie van de instellingen zolang het doel daarvan, een efficiënte en voor de gebruiker als één geheel functionerende voorziening, ook op een minder ingrijpende wijze kon worden gerealiseerd.

Minister d'Ancona heeft daartoe eerst de Commissie Blindenbibliotheken onder voorzitterschap van mr. B.W. Biesheuvel ingesteld. De commissie-Biesheuvel bracht in juli 1994 rapport uit. Vervolgens is onder mijn ambtsvoorganger Staatssecretaris Nuis per 1 januari 1995 het Fonds voor het bibliotheekwerk voor Blinden en Slechtzienden (FBBS) opgericht. Het FBBS stelde zich naast het verstrekken van subsidies aan blindenbibliotheken tevens tot doel "het bevorderen van de samenwerking" tussen de gesubsidieerde blindenbibliotheken. Gelet op de aandrang van de Tweede Kamer is deze doelstelling expliciet in de statuten opgenomen.

Sinds zijn oprichting heeft het FBBS zich ingespannen om uitvoering te geven aan deze taak. De schets, die de Commissie-Biesheuvel in haar rapport gaf van de voorgeschiedenis sinds 1976, toen door de toenmalige staatssecretaris Meijer werd aangedrongen op nauwere samenwerking tussen de instellingen, gaf al enige indicatie dat het FBBS voor een moeilijke en moeizame opgave stond.

Ondanks de inspanningen van het Fonds was ten tijde van de voorbereiding van de huidige Cultuurnotaperiode 2001-2004 nog weinig voortgang geboekt. De instellingen waren door onderlinge onenigheid niet bij machte gebleken hun voornemens, neergelegd in de intentieverklaring Vrijwillig, maar niet vrijblijvend, te realiseren. Daarmee was in ieder geval veel tijd heen gegaan. De Raad voor Cultuur liet in zijn advies harde kritiek horen op het gebrek aan samenwerking en verbond daar duidelijke conclusies aan: "De Raad acht het niet terecht dat de overheid onverminderd middelen blijft geven aan een gemeenschapsvoorziening die niet bereid is als eenheid te functioneren. Nog steeds blijkt dat niet het gebruikersbelang maar het instellingsbelang in het door de instellingen gevoerde beleid prevaleert." De in de Federatie Slechtzienden en Blindenbelang verenigde gebruikers uitten dezelfde kritiek.

Ik deelde de kritiek van de Raad. In mijn Cultuurnotabeschikking heb ik dan ook een nadere concretisering van de samenwerking neergelegd en daaraan tijdstermijnen verbonden. Aan het FBBS en aan de FNB is daarbij het voortouw gegeven voor de realisering. Het resultaat zou moeten zijn dat uiterlijk per 1 januari 2002 de beoogde structuur tot stand zou zijn gekomen en het FBBS zijn taken, onder meer door overdracht daarvan aan de FNB, zou hebben beëindigd.

Door de besturen van CBB, LSB en NLBB zijn in eerste instantie bezwaren geuit tegen mijn Cultuurnotabeschikking tijdens de door de Vaste Kamercommissie voor OCenW gehouden hoorzitting op 16 oktober 2000. Dezelfde besturen hebben ook een bezwaarschrift ingediend bij de Bezwaarschriftencommissie van OCenW. Dit bezwaar is wegens te late indiening niet ontvankelijk verklaard. Een beroep tegen deze beslissing is nog bij de rechtbank Zutphen in behandeling.
Een door het FBBS ingediend bezwaarschrift is zonder verder in behandeling te zijn genomen door het FBBS bij brief van 30 juli jl. ingetrokken en speelt derhalve geen rol meer, mede omdat de termijnen waartegen het bezwaar zich richtte, inmiddels verlopen zijn.
In het debat over de Cultuurnota op 13 november 2000 heb ik op een vraag van het lid van de Tweede Kamer mw. Visser-Van Doorn, die zij stelde op verzoek van de fracties van SGP en Christen-Unie en mede namens het CDA, geantwoord: "De Federatie van blindenbibliotheken krijgt de productie en reproductie van materialen te verzorgen. Ik ga ervan uit dat de identiteitsgebonden instellingen alle een loketfunctie krijgen". De Kamer heeft geen aanleiding gezien hier nader op in te gaan of niet in te stemmen met het door mij in de beschikking neergelegde besluit.

Uitwerking van de beschikking onder regie van het FBBS (oktober 2000 - juli 2001).
Tegen deze beleidsmatige en politieke achtergrond is eind vorig jaar het overleg gestart over de invulling en concretisering van mijn beschikking. Op verzoek van de besturen van CBB, LSB en NLBB heb ik, niet onbekend met hun bezwaren, daarbij tevens ruimte gegeven voor de ontwikkeling van een alternatief dat mijn beschikking zou kunnen vervangen. Daarbij heb ik wel aangegeven dat een alternatief om bespreekbaar te kunnen zijn in ieder geval unaniem door alle instellingen op bestuursniveau moest worden gedragen. Tevens zou het moeten voldoen aan de voorwaarden van integrale, centraal aangestuurde bedrijfsvoering en een zo groot mogelijk kostenefficiënte productie; de doelgroepen zouden terecht moeten kunnen bij loketten met een herkenbare identiteit conform mijn antwoord aan de Kamer; er zou voldoende ruimte moeten worden geboden om in te kunnen spelen op de ICT-ontwikkelingen; door de bibliotheken zou een aanzet moeten worden gemaakt tot samenwerking met de openbare bibliotheken. Tenslotte gold dat slechts één alternatief zou kunnen worden voorgedragen. Met deze voorwaarden is door de betrokkenen ingestemd.

Het overleg over het alternatief stond onder procedurele regie van het FBBS. Op 15 maart 2001 berichtte het FBBS mij dat binnen de gestelde (en nog verlengde) termijn geen door alle instellingen onderschreven alternatief was ingediend. Het door CBB, LSB en NLBB gezamenlijk ingediende voorstel werd door de FNB afgewezen. Ook van de kant van de FSB was al bij brief van 5 maart 2001 negatief geoordeeld over het alternatief zoals aangedragen door de genoemde drie instellingen. CBB, LSB en NLBB erkenden dat hun alternatief derhalve niet in aanmerking kon komen ter vervanging van mijn beschikking.

In mijn brief van 3 april 2001 aan het FBBS heb ik vastgesteld dat er geen alternatief is dat in de plaats zou kunnen treden van de beschikking van 18 september 2000. Ik heb dan ook ingestemd met het voornemen van het FBBS op korte termijn uitwerking te gaan geven aan de beschikking en over te gaan tot uitvoering van het daarin gestelde. Het FBBS zou daartoe in overleg moeten treden met de besturen van de instellingen en voor wat betreft de FNB ook de Raad van Toezicht. Ook met de gebruikersvertegenwoordiging van de FSB zou afstemming moeten plaatsvinden. Indien bij de nadere uitwerking modificaties op de (letter van) de beschikking wenselijk zouden blijken te zijn, verklaarde ik mij bereid tot overleg daarover.

Het FBBS heeft ter uitvoering hiervan een projectgroep, bestaande uit de directeuren van de instellingen en een Stuurgroep met daarin bestuursleden van de instellingen in het leven geroepen. Op basis van de besprekingen in de projectgroep en de stuurgroep heeft het bestuur van het FBBS een Finaal Voorstel geformuleerd en dat aan de instellingen voorgelegd. Dit Finale Voorstel is door bestuur en Raad van Toezicht van de FNB alsmede door de besturen van CBB, LSB en NLBB gemotiveerd afgewezen. Ook de FSB heeft met een grote hoeveelheid argumenten het Voorstel afgewezen en verklaard dat het Finale Voorstel geen invulling was van mijn beschikking van 18 september 2000.

Deze afwijzing door alle betrokken partijen van het Finaal Voorstel heeft geleid tot het bovenvermelde standpunt van het bestuur van het FBBS dat in deze impasse een uitspraak mijnerzijds geboden is die onder mijn regie moet worden uitgewerkt en tot het verzoek van het bestuur om toestemming tot opheffing van de stichting FBBS.

Mijn voornemens tot invulling van de beschikking. In de beschikking - is sprake van de volgende instellingen en organisaties: FBBS, FNB, CBB, LSB, NLBB, FSB en NBLC; - is neergelegd dat de subsidiering van de FNB, van de loketfuncties van CBB, LSB en NLBB en van de gebruikersinbreng via de FSB rechtstreeks door mij zal geschieden; - zijn voor zes onderdelen beslissingen aan de orde. Deze zijn: de facilitaire taken; de loketfuncties; de instandhouding en verdieping van de samenwerking; de gebruikersinbreng; oormerking voor ICT-activiteiten, doelgroepenbeleid, ontwikkeling en onderzoek; de samenwerking met het openbare bibliotheekwerk.

Ik bepaal ten aanzien van deze drie onderwerpen in het onderstaande mijn standpunt, dat ik voornemens ben vast te leggen in nader vast te stellen subsidievoorwaarden. Waar ik in het onderstaande spreek in termen van "zal", "wordt" en dergelijke dient dit gelezen te worden als de formulering van beleidsvoornemens. Daarbij ga ik uit van 1-1-2002 als ingangsdatum.

Instellingen en organisaties
Door het wegvallen van het FBBS is er nog sprake van FNB, CBB, LSB, NLBB, FSB en NBLC. Dit is overeenkomstig de beschikking. In het aantal instellingen komt verder geen wijziging. Overeenkomstig de beschikking vinden er wel wijzigingen plaats in de rijkssubsidiering van taken en activiteiten van de instellingen FNB, CBB, LSB en NLBB.

Rijkssubsidiering
De beschikking geeft al aan dat de subsidiering van de FNB, de CBB, LSB en NLBB en de gebruikersinbreng via de FSB per 1-1-2002 door het ministerie van OCenW. zal geschieden. Ik ben gevoelig voor het bezwaar dat door CBB, LSB en NLBB herhaaldelijk naar voren is gebracht inzake de onwenselijkheid dat de FNB zou gaan optreden als (nadere) subsidieverdeler met betrekking tot functies als loket en productie waar zijzelf als lokethouder en producent belanghebbende is (de zg. weeffout). Ik ben voornemens de beschikking op dit punt zodanig nader in te vullen dat de rechtstreekse subsidiering mijnerzijds inhoudt dat ik tevens de rijkssubsidie over de te onderscheiden functies binnen één instelling (voor alle duidelijkheid: inclusief de FNB) gedifferentieerd toewijs. Als instrument daarvoor wil ik hanteren het Rijksvoorzieningenplan Blindenbibliotheekwerk. De vaststelling van het Rijksvoorzieningenplan Blindenbibliotheekwerk zal met ingang van 1-1-2002 uitsluitend mijn bevoegdheid worden. Het tot nu bestaande Voorzieningenplan en de door het FBBS aan de FNB gemandateerde danwel overgedragen bevoegdheid tot vaststellen daarvan kunnen vervallen. Voor de noodzakelijke inbreng van instellingen en gebruikers en voor een verantwoorde voorbereiding van het Rijksvoorzieningenplan ben ik voornemens een Budgetberaad in te stellen, waarin alle instellingen vertegenwoordigd zijn en dat onder voorzitterschap staat van een door mij aan te wijzen ambtenaar van OCenW.

Facilitaire taken
Onder facilitaire taken worden verstaan de productie reproductie distributie en opslag van braillematerialen, gesproken boeken en tijdschriften en dragers van digitaal opgeslagen inhoud. Op grond van de beschikking komt de integrale verantwoordelijkheid hiervoor te liggen bij de FNB. Met ingang van 1-1-2002 wordt de rijkssubsidie op basis van het Rijksvoorzieningenplan voor deze taken toegekend aan de FNB.
De FNB in haar functie van Facilitair Bedrijf draagt de integrale eindverantwoordelijkheid voor alle facilitaire taken waaraan zij het haar toegekende rijkssubsidie besteedt.

Om zowel ideële, sociale als praktische motieven houdt de FNB in haar functie van Facilitair Bedrijf de dislocatie van de uitvoering van facilitaire taken bij de instellingen CBB, LSB en NLBB en bij de vroegere SVB en CGL vooralsnog instand. Wijzigingen daarin in de toekomst zijn uiteraard mogelijk onder voorwaarde van instemming van betrokkenen. CBB, LSB en NLBB dienen vóór 1 november 2001 aan de FNB te laten weten of zij bereid zijn tot overdracht van activa/passiva en personeel en juridisch eigendom aan de FNB en tot blijvende inzet voor inschakeling van vrijwilligers. Indien zij daartoe niet overgaan, komen zij alleen nog in aanmerking voor besteding van rijkssubsidie voor facilitaire taken in hun instelling en door bij hen in dienst zijnd personeel als zij contractueel de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van deze taken overdragen aan de FNB.
De FNB in haar functie van Facilitair Bedrijf is ook verantwoordelijk voor standaardisering van de bedrijfsvoering van de facilitaire taken. Zij stelt tevens kwaliteitsnormen en kostennormen vast die bindend zijn voor alle met inzet van rijkssubsidie uitgevoerde facilitaire taken.

Loketfuncties
De loketfuncties voor algemene literatuur (klantencontacten, selectie en collectievorming, uitlening) worden toegewezen aan CBB, LSB en NLBB. Zij ontvangen een hiervoor aan de besturen van deze instellingen toe te kennen rijkssubsidie, waarvan de hoogte wordt vastgesteld in het Rijksvoorzieningenplan. De loketfuncties voor studie- en vakliteratuur en voor gesproken tijdschriften worden toegewezen aan de FNB. De rijkssubsidies voor de loketfuncties van de FNB worden eveneens vastgesteld in het Rijksvoorzieningenplan en worden als voor deze functies geoormerkte bedragen toegekend aan de FNB.
Ik ben bereid in de rijkssubsidie voor de loketfuncties van CBB, LSB en NLBB een bedrag op te nemen dat door de besturen van deze instellingen naar eigen inzicht kan worden besteed aan identiteitondersteunende activiteiten. Voorzover hiervoor productiecapaciteit vereist is die niet in de eigen instelling beschikbaar is, kan deze onvoorwaardelijk bij het Facilitair Bedrijf van de FNB worden ingekocht uit deze middelen.
Voor de loketfuncties voor studie- en vakliteratuur en voor gesproken tijdschriften is mij niet gebleken van een behoefte aan een dergelijk vrij te besteden budget.

Instandhouding en verdieping van de samenwerking,
oormerking voor ICT-activiteiten, doelgroepenbeleid, ontwikkeling en onderzoek
Het gaat hierbij om die taken waarvan vaststaat dat ze het blindenbibliotheekwerk als geheel ten goede komen en om taken die alleen maar ten behoeve van het geheel kunnen worden verricht. Dat betreft marketing en onderzoek, internationale contacten en representatie, branchevoorlichting, contractsluiting met uitgevers, innovatie en innoverende ICT.
Volgens de beschikking ligt de opdracht tot instandhouding en verdieping van de samenwerking in volle omvang bij de FNB. Aan het neerleggen van de opdracht tot instandhouding en verdieping van de samenwerking bij de FNB wil ik niet tornen. Ik zie daar ook geen reden toe. Het begrip opdracht houdt in dat de FNB in nauw en goed overleg met de loketverantwoordelijken zoekt naar gezamenlijke aanpakken en uitstralingen op de aangegeven thema's. Hiertoe wordt een Lokettenberaad ingericht waarin allen die direct betrokken zijn bij de uitoefening van de loketfunctie vertegenwoordigd zijn. Het voorzitterschap kan jaarlijks rouleren over de betrokken instellingen. De ondersteunende faciliteiten worden door de FNB geleverd.

In afwijking van de invulling die onder de regie van het FBBS aan deze samenwerkingsopdracht is toebedacht (aangeduid met de term "orgaan'), omvat deze taak in mijn invulling van de beschikking niet enige bevoegdheid tot het vaststellen van budgetten of overige regelgevende bevoegdheden. Deze zouden immers aan de FNB de status van zbo verlenen en dat is niet beoogd.
In het Rijksvoorzieningenplan wordt bepaald over welke rijksgesubsidieerde budgettaire faciliteiten de FNB zal kunnen beschikken om deze taak te kunnen uitvoeren. In de beschikking is al opgenomen dat voor ICT-activiteiten, doelgroepenbeleid, ontwikkeling en onderzoek een bedrag zal worden geoormerkt waarbij ik het door de Raad voor Cultuur geadviseerde bedrag van f. 5 mln. jaarlijks als richtlijn hanteer. De ICT-ontwikkeling en de toepassingen daarvan in het blindenbibliotheekwerk zijn naar ieders verwachting van grote importantie voor de uitvoering en vormgeving van het werk. Ik hecht groot belang aan een gerichte inzet op dit terrein. Ik ben voornemens als voorwaarde te stellen dat een groot deel van de f. 5 mln. specifiek aan ICT-ontwikkeling moet worden besteed. In de organisatie van de FNB zal een dergelijke ontwikkelingseenheid - werkende in het belang van alle soorten gebruikers en alle instellingen - herkenbaar aanwezig moeten zijn. Er moet een regeling worden getroffen voor inspraak van de gebruikers en voor afstemming met de ICT-activiteiten van het NBLC.

Gebruikersinbreng
De FSB ontvangt rijkssubsidie om de onafhankelijke inbreng van de gebruikers op een adequate manier te kunnen verwezenlijken. De vaststelling van het subsidiebedrag vindt plaats in het Rijksvoorzieningenplan. De FSB kan aanspraak maken op deelname aan het Lokettenberaad en op een waarnemerpost in het Budgetberaad. Voor mijn standpunt ten aanzien van rechtstreekse vertegenwoordiging van de FSB in de Raad van Toezicht van de FNB verwijs ik naar mijn voornemen ten aanzien van de benoeming van de Raad van Toezicht en de samenstelling daarvan (zie verder onder FNB). Ik adviseer de FNB, CBB, LSB en NLBB wel dringend om met de FSB taakstellende afspraken te maken en schriftelijk vast te leggen in de vorm van prestatiehandvesten.

Samenwerking met het openbare bibliotheekwerk
Hiervoor geldt hetzelfde als hierboven onder Instandhouding en verdieping van de samenwerking is gesteld: het gaat erom dat in nauw en goed overleg van alle loketverantwoordelijken met het NBLC wordt gezocht naar een gezamenlijke aanpak en naar samenwerking met de openbare bibliotheken. Ook hier is het Lokettenberaad het geschikte instrument. De ondersteunende faciliteiten hiervoor worden ook weer door de FNB geleverd. Vanwege de doorwerking op het project Herstructurering openbare bibliotheken dienen alle voorstellen voor samenwerking tussen de blindenbibliotheken en de openbare bibliotheken via het procesmanagement Herstructurering openbare bibliotheken te worden voorgelegd aan de Stuurgroep openbare bibliotheken.

Gevolgen van mijn voornemens voor de instellingen
FBBS
Ik stem in met de liquidatie van de stichting FBBS. Tot 1-1-2002 handelt het FBBS lopende zaken af. Daartoe behoren: de vaststelling van de subsidies 2000 van de instellingen; de subsidietoekenning 2001 aan de instellingen; de afhandeling van de financiële kwesties tussen FNB/SVB en NLBB over 1998-2000; de vaststelling van de subsidie van de FSB.

CBB, LSB en NLBB
Per 1-1-2002 ontvangen deze instellingen alleen nog rijkssubsidie voor de loketfunctie. De aanstelling en benoeming van een 'loketmanager' is de bevoegdheid van het bestuur van de instelling.

De bevoegdheid tot aanstelling van een 'lokatiemanager' die belast is met de dagelijkse uitvoerende leiding over de facilitaire taken die worden uitgeoefend in de gebouwen van CBB, LSB en NLBB, is afhankelijk van de vraag of de activa/passiva en personeel volledig (in economisch en juridisch eigendom) zijn overgedragen aan de FNB danwel onder de rechtspersoon CBB, LSB of NLBB ressorteren. In dat laatste geval moet deze bevoegdheid contractueel worden geregeld.
Specifiek voor de NLBB geldt het volgende: bij volledige overdracht van de activa/passiva van de rechtspersoon NLBB met betrekking tot de facilitaire taken aan de FNB gaat ook het deficit over 2001 op het onderdeel studie- en vakliteratuur over op de FNB. Binnen het voor de gehele Cultuurnotaperiode 2001-2004 voor het blindenbibliotheekwerk toegestane bedrag zal voor dit probleem dan een incidentele oplossing worden gevonden in samenhang met de structurele aanpak van de oorzaken ervan. Dit zal worden opgenomen in het Rijksvoorzieningenplan.

FNB
De omvang van taken van de FNB, de daarmee samenhangende omvang van de rijkssubsidie en de centrale positie die de FNB als uitvoerende, ondersteunende, facilitairende en ontwikkelende organisatie in het geheel van het blindenbibliotheekwerk gaat innemen, rechtvaardigt invloed mijnerzijds op de statuten van de FNB en op de samenstelling van de Raad van Toezicht. Ik stel mij daarom voor als bijkomende voorwaarde voor rijkssubsidie voor de FNB op te nemen dat de statuten en wijzigingen daarvan aan mij ter goedkeuring worden voorgelegd en dat de Raad van Toezicht volledig door mij zonder voordracht wordt benoemd. Ik zal bij mijn benoemingenbeleid in ieder geval rekening houden met de belangen van de gebruikers, van de lokethouders en van het personeel.
Voor het apparaat van de FNB betekent de aanwezigheid van verscheidene functies binnen één rechtspersoon dat de verscheidenheid in functies en taken in de interne organisatie tot uitdrukking moet komen. De RvT dient er voor te zorgen dat hierin op een adequate wijze wordt voorzien.

Arbitrage
In de discussies over de invulling onder regie van het FBBS zijn ook andere zaken aan de orde geweest die in het bovenstaande geen invulling hebben gekregen. Het betreft dan onderwerpen van meer uitvoerende aard als de directiestructuur van de FNB, al dan niet over en weer vetorechten inzake directeursbenoemingen e.d. Ik reken deze onderwerpen tot de verantwoordelijkheid van de besturen en de Raad van Toezicht. Zij lenen zich niet voor regeling via subsidievoorwaarden. Ik meng mij daar dan ook niet in. Ik vertrouw erop dat zowel de besturen als de Raad van Toezicht zich er rekenschap van geven dat de toenemende onderlinge v erwevenheid vereist dat door hen te benoemen directeuren geacht moeten worden het vertrouwen ook van de andere instellingen te genieten. Om echter te voorkomen dat twistpunten van personele, organisatorische of administratieve aard tot impasses leiden die de dienstverlening aan gebruikers schaden, behoud ik mij het recht voor in die gevallen een Arbitragecommissie in te stellen waarvan ik de voorzitter benoem en die bindend advies uitbrengt.

Afschrift van deze brief zend ik aan de Tweede Kamer.

Hoogachtend,

de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

dr. F. van der Ploeg


Inhoud| Zoeken| Downloads| bijdragen| Nieuws
Disclaimer, Copyright ©2002 - 2009 RMPRO All rights reserved.
Naar Vorige Pagina