BlinfoTec

Informatie voor computergebruikers met een visuele handicap.


Inhoud| Zoeken| Nieuws| BlinfoTalk| bijdragen| Contact


Een visie vanuit gebruikersperspectief.

juni 2004


Inhoudsopgave

  1. Inleiding
  2. Visie in hoofdlijnen
  3. Het belang van lectuur en informatie
  4. Een gelijkwaardige toegang tot en beschikbaarheid van lectuur en informatie
  5. Gelijkwaardige toegang tot en beschikbaarheid van lectuur en informatie wettelijk verankerd
  6. De keuze van de aangepaste leesvormen
  7. De mogelijkheden en beperkingen van de voor iedereen beschikbare voorzieningen
  8. De functies van de specifieke voorziening en de verantwoordelijkheid van de landelijke overheid
  9. De met de handicap samenhangende meerkosten
  10. De betrokkenheid van de gebruikers van de voorziening

1. Inleiding

De Federatie Slechtzienden- en Blindenbelang (verder genoemd de Federatie) is een samenwerkingsverband van zes belangenorganisaties van blinden en slechtzienden. Zij treedt o.a. op als spreekbuis en belangenbehartiger van mensen voor wie de toegankelijkheid, de beschikbaarheid en de bruikbaarheid van lectuur en informatie wordt belemmerd door een beperking van het gezichtsvermogen. De belangenbehartiging gebeurt door te formuleren welke verwachtingen blinden en slechtzienden hebben van een gelijkwaardige toegang tot lectuur en informatie, te signaleren wanneer er tekortkomingen zijn en zich knelpunten voordoen en hierover overleg te voeren met overheid, Anderslezen-bibliotheken en andere verstrekkers van lectuur en informatie.

Er zijn in ons land ruim 625.000 mensen die een beperking hebben van het gezichtsvermogen. Van hen zijn circa 160.000 mensen blind of zodanig ernstig slechtziend dat voor hen het lezen zonder een specifiek hulpmiddel of zonder een aangepaste leesvorm (braille, grootletter, gesproken of digitaal) niet mogelijk is. Gelet op de vergrijzing zal dit aantal de komende jaren aanzienlijk stijgen.

De verstrekking van lectuur en informatie in aangepaste leesvorm gebeurt door vier instellingen die worden bekostigd door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Onder regie van het ministerie heeft de afgelopen jaren een ingrijpende herstructurering van de organisatie van dit werk plaatsgevonden. De voorwaarden voor de bekostiging van dit werk en de uitgangspunten voor de herstructurering zijn vastgelegd in het Rijksvoorzieningenplan 2002-2004. De Federatie heeft in 2002 in een Position Paper een reactie gegeven op dit plan en het afgelopen jaar regelmatig kritische kanttekeningen bij de uitwerking geplaatst. De Federatie heeft echter ervaren dat de in het Rijksvoorzieningenplan opgenomen voornemens om de Federatie nauw te betrekken bij evaluaties en bij de beleidsontwikkeling nauwelijks tot uitvoering zijn gebracht.

De uitvoering van het Rijksvoorzieningenplan en de effecten ervan op de dienstverlening van de instellingen heeft merkbare achteruitgang van de dienstverlening en grote onrust veroorzaakt bij de gebruikers en bij de belangenorganisaties van mensen met een visuele handicap. Een voor 2004 opgelegde bezuiniging van 14% en berichten over ingrijpende veranderingen in de komende periode hebben de onrust alleen maar versterkt.

Momenteel worden de voorbereidingen getroffen voor de totstandkoming v an de Cultuurnota 2005-2008 en het Rijksvoorzieningenplan Blindenbibliotheekwerk voor dezelfde periode. De Federatie is tot nu toe niet betrokken bij de voorbereiding daarvan. Dat geldt ook de Raad voor de Cultuur.

Desalniettemin heeft de Raad in haar advies voor de Cultuurnota 2005-2008 de volgende passage opgenomen over het blindenbibliotheekwerk:

“In tegenstelling tot de vorige cultuurnotaronde heeft de Raad geen subsidieaanvragen ontvangen van de blindenbibliotheken. Tot voor kort werd een deel van het blindenbibliotheekwerk uit de Cultuurnota bekostigd, maar inmiddels is door het ministerie van OCW een Rijksvoorzieningenplan opgesteld dat in het blindenbibliotheekwerk en in de integratie van de blindenbibliotheken in de openbare bibliotheken voorziet. Momenteel bereiken de Raad signalen dat het integratieproces niet voor alle betrokken partijen bevredigend verloopt. Tevens is de concretisering van het proces nog onduidelijk. Hoewel de Raad op dit punt geen adviserende rol in het kader van de Cultuurnota meer heeft, zal de Raad het integratieproces uiteraard blijven volgen.”

De Federatie acht het – gelet op de genoemde ontwikkelingen en mogelijke veranderingen - noodzakelijk wel een inhoudelijke inbreng te leveren en een eigen visie te formuleren vanuit het perspectief van blinden en slechtzienden op (de toekomst van) de aangepaste lectuurvoorziening.

In dit visiedocument wordt zo concreet mogelijk omschreven welk belang blinden en slechtzienden bij een gelijkwaardige toegang tot lectuur en informatie hebben. Tevens wordt aangegeven waarom een specifieke landelijke voorziening nodig is en welke eisen daaraan door gebruikers worden gesteld. In hoofdstuk 2 hebben wij de uitgangspunten en standpunten in hoofdlijnen weergegeven. In de daaropvolgende hoofdstukken en bijlagen hebben wij onze visie nader toegelicht en uitgewerkt.

Bij het opstellen van het visiedocument is gebruik gemaakt van de uitkomsten van bijeenkomsten die in juni 2003 en in mei 2004 voor leden van onze organisaties zijn georganiseerd en van de Expert-meeting over het recht op informatie, die in november 2003 is gehouden.

Verder hebben veel gebruikers van de voorziening op allerlei manieren hun ervaringen en gevoelens kenbaar gemaakt.


2. Visie in hoofdlijnen

Integratie van mensen met een handicap in de samenleving wordt in het algemeen bevorderd als zij gebruik kunnen maken van voor iedereen toegankelijke voorzieningen. Voorzieningen moeten dan wel aan een aantal voorwaarden van bereikbaarheid en toegankelijkheid voldoen. De toegang tot lectuur en informatie is voor mensen met een visuele handicap in veel opzichten beperkt. Dit leidt tot uitsluiting van maatschappelijke participatie en tot sociaal isolement en het vormt een inbreuk op het principe van gelijk burgerschap. Het beleid van de overheid moet daarom gericht zijn op het wegnemen van de bestaande belemmeringen.

Uitgangspunt van dat beleid moeten zijn dat:

Voorzover en zolang deze uitgangspunten niet kunnen worden gerealiseerd door middel van algemene voorzieningen stelt de Federatie zich op het standpunt dat:

De specifieke voorziening moet onder andere aan de volgende voorwaarden voldoen:                         


3. Het belang van lectuur en informatie

Met het kennis nemen van lectuur en informatie wordt een aantal voor de lezer relevante functies vervuld. Het vergaren van kennis en het verkrijgen van inzicht zijn noodzakelijk om toegang te krijgen tot en deel te nemen aan het onderwijs en het arbeidsproces. Voor het deelnemen aan sociale activiteiten (bijvoorbeeld vrijwilligerswerk) en het voldoen aan allerlei maatschappelijke en burgerlijke verplichtingen is informatie onontbeerlijk.

Met lectuur en informatie wordt ook voldaan aan de behoefte aan ontspanning en aan ontwikkeling. Lezen is een plezierige en nuttige vrijetijdsbesteding en een middel om op de hoogte te blijven van allerlei nieuws, om de nieuwsgierigheid te bevredigen, hobby’s te kunnen beoefenen en mee te kunnen praten binnen de sociale omgeving.

Het bovenstaande geldt voor iedereen, dus ook voor mensen met een visuele handicap.

In bijlage 1 gaan wij beknopt in op de functie die lezen kan hebben en de samenstelling van de groep van blinden en slechtzienden.


4. Een gelijkwaardige toegang tot en beschikbaarheid van lectuur en informatie

De meeste informatiebronnen waar goedzienden gebruik van kunnen maken zijn niet of nauwelijks toegankelijk voor mensen met een visuele handicap.

Er is voor hen daardoor geen gelijkwaardige toegang tot lectuur en informatie. Om die gelijkwaardigheid te bereiken moeten belemmeringen worden weggenomen of worden gecompenseerd.

Er zijn voor goedzienden in principe onbeperkte mogelijkheden om toegang te hebben tot lectuur en informatie. Er is een groot aantal informatiebronnen en intermediairs, zoals uitgeverscatalogi, recensies en aankondigingen in kranten en tijdschriften, internet en geautomatiseerde publiekscatalogi.

Men kan bijna probleemloos te weten komen wat er op de markt beschikbaar is en men heeft onbeperkte mogelijkheden – desnoods langs alternatieve kanalen – om het gezochte ook in handen te krijgen. Toegang en beschikbaarheid zijn daarmee in principe verzekerd.

ls blinden en slechtzienden al door intermediairs worden bereikt is de beschikbaarheid echter nog niet verzekerd omdat de gezochte lectuur en informatie niet of nauwelijks beschikbaar is in een toegankelijke leesvorm.


5. Gelijkwaardige toegang tot en beschikbaarheid van lectuur en informatie wettelijk verankerd

De overheid heeft de maatschappelijke verantwoordelijkheid om er zorg voor te dragen dat blinden en slechtzienden een gelijkwaardige positie hebben ten opzichte van goedzienden.

De Wet gelijke behandeling op grond van chronische ziekte en handicap regelt impliciet dat er een gelijke toegang tot informatie moet zijn op het terrein van het openbaar vervoer, het beroepsgerichte onderwijs en arbeid. Mensen met een visuele handicap verkeren echter op praktisch alle terreinen in een ongelijke positie door het ontbreken van een goede toegang tot lectuur en informatie en van beschikbaarheid ervan in voor hen bruikbare leesvormen.

Het belang van het kunnen beschikken over lectuur en informatie, zoals in hoofdstuk 3 is beschreven, is van dien aard dat er een wettelijk kader zou moeten zijn waardoor het recht op gelijke toegang tot lectuur en informatie wordt verzekerd.

Tevens zouden auteursrechtelijke bepalingen er nooit de oorzaak van mogen zijn dat aan blinden en slechtzienden lectuur en informatie wordt onthouden in de voor hen toegankelijke leesvormen. De uitzonderingsbepaling die in het wetgevingsproces met betrekking tot de herziening van de Auteurswet 1912 is ingebracht, vormt een goede bijdrage aan het wegnemen van dergelijke belemmeringen.


6. De keuze van de aangepaste leesvormen

 Een lezermoet zelf kunnen bepalen in welke leesvorm hij over lectuur en informatie wil beschikken. Aan deze keuze moet ook tegemoet worden gekomen.

Blinden en slechtzienden die gewoon zwartdruk niet of niet meer kunnen lezen – ook niet met een specifiek hulpmiddel – zijn aangewezen op een aangepaste leesvorm. Dat is braille, gesproken tekst, digitaal of grootletterdruk.

Er zijn diverse factoren die voor blinden en slechtzienden van invloed zijn op de voorkeur voor een bepaalde aangepaste leesvorm. Dat zijn onder andere de aard en de ernst van de visuele handicap, het gebruiksgemak, de persoonlijke mogelijkheden om een bepaalde leesvorm te kunnen gebruiken, het doel waarvoor gelezen wordt, de soort en het karakter van de tekst, het leesplezier en de plaats waar gelezen kan of moet worden.

In bijlage 2 wordt uitgebreid ingegaan op de aangepaste leesvormen en de factoren die de keuze van de lezer bepalen.


7. De mogelijkheden en beperkingen van de voor iedereen beschikbare voorzieningen

Het gebruik van voor iedereen beschikbare voorzieningen draagt het meest bij aan de integratie van mensen met een visuele handicap. De toegankelijkheid, bereikbaarheid en bruikbaarheid van de voorzieningen waarop goedzienden een beroep kunnen doen voor lectuur en informatie moeten derhalve zoveel mogelijk aangepast worden aan de behoeften van mensen met een visuele handicap. Zolang de bestaande belemmeringen niet weggenomen zijn zal er een specifieke gesubsidieerde voorziening in stand gehouden moeten worden om de gelijkwaardige toegang tot lectuur en informatie voor hen te verzekeren.

De voorzieningen voor lectuur en informatie waarvan goedzienden gebruik maken zijn vooral de boekhandel en de bibliotheek. Daarnaast worden veel publicaties rechtstreeks betrokken van uitgevers, drukkers en verspreiders van informatie. Tenslotte wordt veel informatie gevonden via internet en speelt dit medium een steeds grotere rol in de levering van lectuur en informatie.

In bijlage 3 gaan wij nader in op de mogelijkheden en de beperkingen van deze kanalen voor mensen met een visuele handicap. We constateren dat reguliere kanalen op dit moment voor mensen met een visuele handicap in beperkte mate bereikbaar, toegankelijk, beschikbaar en bruikbaar zijn en dus slechts een beperkte functie kunnen vervullen. Daarmee wordt de integratie en participatie in samenleving belemmerd.


8. De functies van de specifieke voorziening en de verantwoordelijkheid van de landelijke overheid

Omdat de voor iedereen beschikbare voorzieningen onvoldoende tegemoet komen aan de behoeften van mensen met een visuele handicap zal een specifieke voorziening er zorg voor moeten dragen dat blinden en slechtzienden een gelijkwaardige toegang tot lectuur en informatie hebben, ongeacht hun woonplaats en ongeacht het doel waarvoor zij lezen.

De functies van de specifieke voorziening zijn:

In bijlage 4 worden deze functies en de voorwaarden waar ze aan moeten voldoen uitgebreider beschreven.

Uit een oogpunt van een efficiënte inzet van mensen en middelen maar ook om kwaliteit en continuïteit van de dienstverlening te waarborgen, dient de voorziening zo min mogelijk versnipperd georganiseerd te zijn.


9. De met de handicap samenhangende meerkosten

Op grond van het eerder in dit document tot uitdrukking gebrachte principe van gelijk burgerschap mogen blinden en slechtzienden niet met hogere kosten geconfronteerd wordend voor hun toegang tot lectuur en informatie dan goedzienden.

Aan het ter beschikking stellen van lectuur en informatie zijn praktisch altijd extra kosten verbonden die direct voortvloeien uit de omstandigheid dat blinden en slechtzienden afhankelijk zijn van omzetting naar een aangepaste leesvorm. De Federatie vindt dat deze meerkosten niet ten laste mogen komen van de gebruikers omdat zij een extra drempel opwerpen die goedzienden niet kennen.

In bijlage 5 wordt meer in detail en met voorbeelden ingegaan op deze meerkosten.


10. De betrokkenheid van de gebruikers van de voorziening

Blinden en slechtzienden hebben geen alternatieven om aan hun lectuur en informatie te komen zoals goedzienden die hebben. De afhankelijkheid van een voorziening die toegang biedt tot lectuur en informatie en die aangepaste leesvormen kan leveren is voor hen zeer groot. De gebruikers van de voorziening, vertegenwoordigd door de Federatie, moeten daarom structureel en intensief betrokken worden bij de beoordeling van de levering van diensten en producten en bij de beleids- en productontwikkeling binnen de voorziening.

De gesubsidieerde belangenbehartiging dient daarom gehandhaafd te worden.


Bijlagen

Bijlage 1

De behoefte aan lectuur en informatie en de samenstelling van de groep van blinden en slechtzienden

Iedereen bepaalt zelf welke functies het lezen voor hem heeft en kiest afhankelijk daarvan ook de soort lectuur en informatie. Voor de één is dat een boek (fictie of non-fictie), voor de ander een tijdschrift of krant en voor weer een ander vergaderstukken, een brochure, een studieboek, een reisgids of een verenigingsblad, een stadsplattegrond of een gebruiksaanwijzing. Je bent lid van een vereniging en krijgt uit dien hoofde een publicatie; de vakbond, de omroepvereniging, de kerk, de politieke partij, de sportclub, de gemeente, de verzekeraar of een organisatie of instantie waar je een relatie mee hebt stuurt je informatiemateriaal. De belastinggids en de toelichting op de belastingaangifte, het spoorboekje, het woordenboek, een atlas, een partituur, de studiegids voor de opleiding van jezelf of je kinderen, de kandidatenlijsten voor verkiezingen en de bijsluiter bij de medicijnen zijn andere willekeurige maar wel herkenbare voorbeelden. Het aantal voorbeelden is praktisch onuitputtelijk.

De samenstelling van de groep van blinden en slechtzienden is even heterogeen als de Nederlandse bevolking en derhalve ook de behoefte aan lectuur en informatie. Doordat een visuele beperking vaak een leeftijdsverschijnsel is, is er oververtegenwoordiging van ouderen. Het aantal volledig blinden vormt een minderheid. Het aantal braillelezers is relatief gering en dat geldt ook de groep mensen die gemakkelijk gebruik kunnen maken van internet en digitaal geleverd materiaal. Mensen die op latere leeftijd slechtziend zijn geworden vormen een grote meerderheid van de mensen met een visuele beperking. Zij zijn vooral aangewezen op gesproken lectuur. Een grote meerderheid van de lezers maakt gebruik van de blindenbibliotheken om boeken te lezen voor hun ontspanning en om zo zelfstandig mogelijk kranten en tijdschriften te lezen. In die zin is het leesgedrag vergelijkbaar met dat van de lezers bij openbare bibliotheken.

Een bijzondere groep wordt gevormd door mensen die afhankelijk zijn van een aangepaste leesvorm om te kunnen studeren en deel te kunnen nemen aan het arbeidsproces.

Het gaat om kinderen vanaf de basisschoolleeftijd, studerenden aan voortgezet en hoger onderwijs en mensen die aangewezen zijn op aangepaste lectuur om gelijkwaardig aan het werk te kunnen zijn of maatschappelijk te kunnen participeren.

Als bijzondere groepen noemen wij ook de mensen die voor het beoefenen van muzikale activiteiten – al of niet beroepsmatig – aangewezen op muziekschrift in grootletter en braille en mensen die doofblind zijn en mede daardoor aangewezen zijn op de leesvorm braille.


Bijlage 2

De betekenis van aangepaste leesvormen voor lezers met een visuele handicap

Wij geven vanuit het perspectief van de lezers in het kort weer welke functie de diverse leesvormen voor hen vervullen.

Het lezen van braille lijkt het meest op de wijze waarop goedzienden teksten in zwartdruk lezen. Zelfstandig, in eigen tempo en op een zelf gekozen moment en plaats. Het leren en ook kunnen lezen van braille is voor blinde kinderen de enige manier om zich een beeld te vormen van de taal en derhalve van essentieel belang voor de taalontwikkeling. Dat geldt natuurlijk ook voor mensen die op latere leeftijd braille leren en het ook in de praktijk willen blijven gebruiken. Wie het brailleschrift beheerst maar niet in staat wordt gesteld om informatie in braille te lezen, verliest vrij snel het zogenaamde woordbeeld. Voor een aantal mensen met een visueel-auditieve handicap is de braillevorm de belangrijkste leesvorm waarmee informatie kan worden verworven.

Een gesproken tekst is voor veel mensen die blind en slechtziend zijn een hanteerbaar middel om te lezen, maar het mag niet aangeboden worden als het enige middel. In zekere zin doet het afbreuk aan de zelfstandigheid omdat de stem en de intonatie van de voorlezer invloed kunnen hebben op de eigen beleving en interpretatie van de tekst. Ondanks technieken van snelspoelen en zoeken blijft het lastig om overzicht van de tekst te krijgen en zal het kunnen beschikken over de tekst in een andere leesvorm nodig zijn.

Het is echter tevens duidelijk dat bepaalde groepen wel volstrekt aangewezen zijn op gesproken tekst omdat ze andere vormen niet kunnen gebruiken. Dat geldt met name voor ouderen die het brailleschrift niet meer hebben kunnen leren.

De ontwikkelingen met betrekking tot digitale informatie hebben een grote vlucht genomen en zijn ook van grote betekenis voor mensen met een visuele handicap. Steeds meer lectuur en informatie is via internet en digitale informatiedragers beschikbaar en snel raadpleegbaar met behulp van een personal computer. De betekenis hiervan voor studerenden en vakbeoefenaars is evident.

Lezen via de computer (met aanpassingen) is – vooral voor studerenden en vakbeoefenaars – in veel opzichten vergelijkbaar met de wijze waarop goedzienden in onderwijs of werk informatie verwerven en verwerken. Veel werkende en studerende goedzienden gebruiken naast de weergave op computerscherm nog steeds papier of zij lezen digitaal geleverde teksten pas nadat deze geprint zijn.

Afgezien daarvan speelt de computer nog nauwelijks een rol als middel om bijvoorbeeld ontspanningsboeken, omvangrijke documenten en kranten en tijdschriften te lezen.

Voor blinden en slechtzienden zijn internet en de genoemde digitale informatiedragers niet of slechts in beperkte mate bruikbaar. Argumenten die goedzienden aanvoeren om niet uitsluitend met de computer te lezen gelden ook voor mensen met een visuele handicap. De sterk gevisualiseerde weergave van informatie is bovendien vaak niet geschikt om te lezen met computers met aanpassingen voor blinden en slechtzienden (brailleleesregel, spraaksynthese). Met de toegankelijkheid van websites voor mensen met een visuele handicap is het nog steeds slecht gesteld.

De nieuwe technologie vormt derhalve in een aantal opzichten een bedreiging voor de toegang tot informatie als de beschikbare informatiedragers (bijvoorbeeld een informatieve cd-rom) of de presentatie op internetsites niet toegankelijk en bruikbaar zijn op de aangepaste computers.

Het lezen van teksten in grootletter biedt voor een aantal slechtzienden nog een mogelijkheid om zelfstandig te lezen zoals braille en gesproken dat voor anderen doen.

Voor veel mensen zullen zich situaties voordoen dat er sprake is van een nadrukkelijke voorkeur voor een bepaalde leesvorm. Er zijn ook situaties waarin de beschikbaarheid van meer dan éé n leesvorm van dezelfde tekst noodzakelijk is of gewenst is. Voorbeelden van het laatste zijn teksten waarvoor de gesproken vorm doelmatig is voor de eerste kennismaking en daarnaast braille voor de detailkennisname; of gesproken leesvorm wegens de snelle levertijd en braille voor de naslag. Met name voor studerenden is de beschikbaarheid van meer dan éé n leesvorm vaak onontbeerlijk.

Het lezen van ontspanningslectuur of van lange documenten is voor de meeste lezers veel plezieriger te doen in braille of als gesproken tekst dan het lezen met de computer.

De braillelezer kan bladeren in zijn bo ek en zich een beeld vormen van een pagina wat bij het lezen met de computer met een brailleleesregel niet en van gesproken tekst slechts gedeeltelijk mogelijk is. De praktijk wijst vaak uit dat een gesproken tekst ook een goed hulpmiddel is voor effectief lezen naast een – nog net leesbare tekst in zwartdruk – of een tekst in braille. Er zijn dus lezers die een tweede leesvorm voor bepaalde lectuur prefereren. Voor mensen die doofblind zijn zal – al naar gelang de ernst van de beperkingen - de gesproken leesvorm niet of nauwelijks betekenis hebben. Voor hen zal het brailleschrift of in bepaalde omstandigheden een specifiek leeshulpmiddel beschikbaar moeten zijn. Voor lezen met de computer is vaardigheid nodig, die vooral ouderen zich moeilijk meer kunnen verwerven.

Dan zal toch gekozen worden voor de braillevorm of de gesproken tekst. Ook de kosten van aanpassingen bij de computer kunnen een drempel vormen indien deze niet vergoed worden.

Tenslotte kan de plaats waar gelezen kan of moet worden een rol spelen bij de keuze. Met geluid lezen in een onderwijsomgeving kan anderen storen maar met een koptelefoon op lezen isoleert je van de omgeving. Het lezen met de computer kan – afgezien van andere beperkingen - uitsluitend gebeuren op een vaste plaats of is – ook bij gebruik van een laptop – niet de meest comfortabele en aangename manier van lezen in bijvoorbeeld huiselijke kring.


Bijlage 3

Reguliere kanalen voor lectuur- en informatievoorziening en hun mogelijkheden en beperkingen voor mensen met een visuele handicap

Een boekhandel heeft praktisch uitsluitend boeken en tijdschriften in gewoon zwartdruk in voorraad. Het in voorraad nemen en verkopen van boeken in een aangepaste leesvorm zal vanwege de relatief kleine en verspreid in het land wonende doelgroep een niet rendabele activiteit zijn. Dat geldt bij uitstek lectuur in braille maar ook voor gesproken boeken en grootletterboeken. Er zijn inmiddels wel gesproken boeken op cassette en cd verkrijgbaar maar het aanbod is beperkt tot fictie en tot commercieel rendabele uitgaven. Gesproken boeken die geproduceerd worden door de blindenbibliotheken zijn zodanig geprogrammeerd dat zij niet afspeelbaar zijn met op de reguliere markt verkrijgbare afspelers en zij mogen in verband met auteursrechtelijke condities ook niet in de verkoop gebracht worden.

Er is ook een beperkte titelkeuze van grootletterboeken, geproduceerd door commerciële uitgevers, waarvan de prijs relatief hoog is.

De openbare bibliotheek is in beginsel een veel meer voor de hand liggend kanaal waarvan ook blinden en slechtzienden gebruik kunnen maken. Veel mensen die op latere leeftijd met een visuele handicap te maken krijgen hebben een ervaring als lezer bij een openbare bibliotheek, soms ook als lezer van grootletterboeken. Het gebruik maken van de vertrouwde instelling om bijvoorbeeld gesproken boeken te lenen is daarop een logisch vervolg.

De openbare bibliotheek vervult een belangrijke rol in het verstrekken van informatie en kan door het plaatsen van een collectie gesproken boeken de overstap naar het lezen van deze leesvorm gemakkelijker maken. In principe zou de openbare bibliotheek ook een intermediaire rol kunnen spelen in de levering van boeken in aangepaste leesvorm via de systematiek van het in die sector gebruikelijke interbibliothecair leenverkeer. Indien een lezer dat wil zou een openbare bibliotheek deze service ook moeten bieden. Voorzover het om niet uitleenbaar materiaal gaat (naslagwerken, kranten en tijdschriften) zouden het plaatsen van vergrotingsapparatuur, het maken van vergrotingen op kopieerapparatuur en het gebruik van scanners middelen kunnen zijn om mensen die slechtziend zijn van dienst te zijn.

Het samenwerkingsverband van openbare bibliotheken kan de bestaande en nog te ontwikkelen informatiediensten veel s terker afstemmen op de gebruiksmogelijkheden van mensen met een visuele handicap en bovendien de expertise als informatiebemiddelaars kunnen inzetten voor deze voor hen nieuwe doelgroep.

Er is echter een aantal factoren die volgens de Federatie maken dat de functie van de lokale openbare bibliotheek vooralsnog een beperkte zal zijn:

De Federatie meent dat een (openbare) bibliotheek momenteel slechts in beperkte mate een functie kan vervullen voor mensen met een visuele handicap; deze functie ligt primair in het vergemakkelijken van de overstap naar gesproken lectuur en het aanbieden van grootletterboeken die op de commerciële markt verkrijgbaar zijn. Tevens kan een functie vervuld worden door het plaatsen van vergrotingsapparatuur en een terminal om de (publieks)catalogus te raadplegen. Als de openbare bibliotheek verder hoofdzakelijk slechts kan fungeren als doorgeefluik van aanvragen voor levering of omzetting van boeken en andere materialen in een aangepaste leesvorm zal deze voor een blinde en slechtziende lezer geen meerwaarde hebben ten opzichte van een voorziening die de lezer rechtstreeks kan bedienen met zowel advies en informatie als met materialen in de aangepaste leesvorm.

Voor een universiteits- of hogeschool bibliotheek geldt overwegend hetzelfde als datgene wat voor een openbare bibliotheek van toepassing is.

Een derde – en zeer omvangrijk - kanaal is dat van de uitgevers, drukkers en verspreiders van allerlei publicaties die in het algemeen niet via boekhandel en bibliotheek beschikbaar worden gesteld. Hieronder vallen ook kranten en tijdschriften. In verband met de specifieke eisen die aan de productie en distributie van braille en gesproken vorm moeten worden gesteld en de daaraan verbonden kosten is het niet realistisch om te veronderstellen dat uitgevers, drukkers en verspreiders hun publicaties zelf in een aangepaste leesvorm kunnen omzetten en leveren. In veel gevallen gaat het om maatwerk zoals dat in de huidige situatie wordt geleverd als consumentenwerk en derdenwerk.

Steeds meer aanbieders van informatie gebruiken (tevens) internet als verspreidingsmedium. De Federatie heeft samen met andere organisaties een grote inzet gepleegd in het project Visueel Gehandicapten Massaal Digitaal om het gebruik van computers door mensen met een visuele handicap te stimuleren en te vergemakkelijken.

Tevens is er in het door de overheid geïnitieerde project Drempels Weg volop aandacht besteed aan de noodzaak dat ontwerpers en beheerders van websites er zorg voor dragen dat hun websites ook toegankelijk en bruikbaar zijn voor mensen met een visuele handicap en dat de informatie in een hanteerbaar formaat kan worden uitgelezen. Hoewel er op dit gebied wel vorderingen worden gemaakt moet geconstateerd worden dat de meeste websites nog steeds niet voldoen aan de toegankelijkheidseisen voor mensen met een visuele handicap.

De Federatie constateert wel dat het kanaal van internet zeer bruikbaar is om onder specifieke condities (o.a. aangepaste computers, een specifiek leesprogramma en autorisatie van de gebruikers, waardoor buiten het circuit van de doelgroep geen gebruik mogelijk is) publicaties ter beschikking te stellen, zoals momenteel ook door de FNB gebeurt.

Bijlage 4

De functies die de specifieke voorziening moet vervullen

Wij maken een onderscheid in de bibliotheekfunctie, de productie-en reproductiefunctie en de distributiefunctie.

Tot de bibliotheekfunctie behoort:

De collectie van de voorziening dient qua samenstelling en omvang vergelijkbaar te zijn met die van een grotere openbare bibliotheek. De ontsluiting van de collectie moet gebeuren volgens de in de bibliotheekwereld gebruikelijke systematiek. De lezers moeten inzicht kunnen krijgen in de collectie door een via internet raadpleegbare catalogus, door middel van (deel) catalogi in de onderscheiden aangepaste leesvormen en door middel van keuze- en aanwinstenlijsten. Binnen de bibliotheekfunctie dient waar nodig samenwerking gezocht te worden met uitgevers, boekhandels, openbare bibliotheken en andere aanbieders en producenten van lectuur en informatie. Met name ten aanzien van het laatste dient een actief marketingbeleid gevoerd te worden. Ook moet aansluiting gezocht worden met de toepassing van nieuwe technologische mogelijkheden waarbij de toegankelijkheid voor gebruikers met een visuele handicap gegarandeerd moet zijn.

De (re) productiefunctie betreft

In principe dient elke tekst in een aangepaste leesvorm een integrale weergave te zijn van de tekst in zwartdruk. Met name in onderwijs-, studie-, en vakmateriaal wordt steeds meer gewerkt met visuele en grafisch weergegeven informatie. Er dient niet alleen omgezet te worden in een aangepaste leesvorm maar er zal ook een beschrijving of vertaalslag moeten plaatsvinden indien de omzetting niet goed mogelijk is of niet tot een begrijpelijke of didactisch verantwoorde weergave leidt. Bij de productievoorbereiding dienen daarom ook materiedeskundige en didactisch geschoolde medewerkers betrokken te zijn die zonodig in overleg met de cliënten en onderwijsgevenden naar de beste oplossing zoeken.

Aan de kwaliteit van drukwerk in braille moeten dezelfde eisen worden gesteld die gelden voor materiaal dat uitgevers en drukkers leveren aan goedzienden. Brailletekens dienen eenduidig gehanteerd te worden. Na het scannen van de teksten dient te allen tijde een volledige correctie op de brailletekst plaats te vinden voordat deze wordt afgeleverd. Tevens vindt de Federatie dat voldaan moet worden aan de eisen die de lezers stellen aan de papier- en printkwaliteit en aan het bindwerk.

Gesproken teksten moeten te allen tijde verstaanbaar zijn en met een tempo en een intonatie gelezen worden die aansluit bij het karakter van de tekst.

De (re)productie van tijdschriften in braille en gesproken vorm moet zodanig georganiseerd zijn dat regelmatige en tijdige levering aan de lezers gegarandeerd is. Dat geldt vanzelfsprekend ook voor materiaal waarvan lezers afhankelijk zijn voor het volgen van onderwijs of het deelnemen aan maatschappelijke activiteiten.

De distributiefunctie betreft

Met name voor de distributie van tijdschriften gelden andere criteria voor techniek en logistiek van distributie dan voor andere lectuursoorten.

De lezers moeten de garantie hebben d at hun periodiek op overeengekomen en regelmatige tijdstippen wordt geleverd zoals goedzienden daar ook op kunnen rekenen als zij een abonnement hebben.

Met betrekking tot de distributie moeten de informatiedragers zodanig herkenbaar zijn dat de lezer aan de buitenkant ervan zelf kan aflezen welke informatie aan hem toegezonden is. Tevens dient de eis gesteld te worden dat het verpakkingsmateriaal stevig is, door mensen met een visuele handicap (en ook mensen met een gebrekkige handfunctie) gemakkelijk te openen en te sluiten is en geschikt is voor hergebruik.

Verder moet de voorziening zo veel mogelijk gebruik maken van de mogelijkheid om producten aan te bieden langs digitale weg. De techniek maakt het mogelijk kranten en tijdschriften, actuele documentatie maar ook boeken beschikbaar te stellen via internet waarmee de toegankelijkheid van deze publicaties voor blinden en slechtzienden aanzienlijk verbeterd kan worden. De activiteiten op dit terrein moeten sterk uitgebreid en verbeterd worden.

Daarom vindt de Federatie dat de voorziening een sterk accent moet leggen op de ontwikkelings- en innovatiefunctie. Naast het gebruik van de traditionele informatiedragers zal het leveren van informatie langs elektronische weg – al of niet via een voor de doelgroep afgeschermd circuit - naar het huisadres van de lezer de komende jaren een hoge vlucht kunnen nemen. Dit kan via het kanaal van anderslezen.nl maar ook met het voorzien van faciliteiten om gesproken lectuur thuis op cd te branden of teksten in braille te printen zou de ontwikkeling naar integratie sterk bevorderd kunnen worden.

De voorziening die deze functies uitvoert moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

Wij menen er goed aan te doen hier specifiek aandacht te besteden aan de lectuurvoorziening voor studerenden en vakbeoefenaars. We onder scheiden vier groepen:

  1. leerlingen van het basisonderwijs
  2. leerlingen van het voortgezet onderwijs
  3. studenten aan HBO of Universiteit
  4. vakbeoefenaars

De voorziening vervult voor elk van deze groepen de functies die in het algemeen ook vervuld worden door openbare bibliotheken en bibliotheken van universiteiten en hogescholen. Het bijzondere is echter dat ook de productiefunctie vervult moet worden voor materiaal dat vaak niet standaard in bibliotheken beschikbaar is. Om zo goed mogelijk aan te sluiten bij de behoeften van de gebruikers van de dienstverlening en de mogelijkheden tot omzetting in aangepaste leesvormen, is een nauwe samenwerking nodig met het onderwijsveld en met uitgevers.

Ten aanzien van elk van de categorieën worden specifieke eisen gesteld aan de dienstverlening. Voor de eerste twee groepen moet (klassikaal) lesmateriaal in aangepaste vorm beschikbaar zijn op hetzelfde moment als goedziende klasgenoten erover kunnen beschikken. Aan de productievoorbereiding moeten specifieke eisen worden gesteld omdat de teksten ook in de aangepaste leesvorm moeten voldoen aan de vakinhoudelijke en didactische eisen. Dat betekent dat er ook een vertaalslag moet zijn van afbeeldingen, tabellen etc. Dat kan in de vorm van een verbale beschrijving maar ook van een controle op de juiste weergave van tabellen en verwijzingen. Er zal in dit opzicht nauw overleg moeten zijn met uitgevers, onderwijsgevenden en begeleiders.

Voor een aantal – me t name taal/literatuurvakken - moet de collectie boeken in aangepaste leesvorm geheel aansluiten bij de collectie waarover goedziende leerlingen kunnen beschikken. Over het belang van het leren en (blijven) lezen van braille is elders in dit document al het een en ander gezegd.

Voor studenten van HBO en Universiteit gelden weer andere specifieke eisen.

Er is een vrije keuze van studierichting en dat betekent dat de vraag naar het omzetten in een aangepaste leesvorm in principe zeer breed is. Contact met de docenten en studenten, een goede advisering over te kiezen literatuur en de mogelijkheden tot omzetten zijn van groot belang. Dat geldt ook de tijdige levering. Tegenwoordig wordt steeds meer gebruik gemaakt van digitale aanlevering van materiaal. In dit opzicht zou actief acquisitiebeleid moeten plaatsvinden in de uitgeverswereld om meer verzekerd te zijn van tijdige levering. Eerder in dit document is al aangegeven welke voor- en nadelen verbonden zijn aan het lezen met de computer. Voor veel studerenden is de beschikbaarheid in de eigen leesvorm noodzakelijk.

In veel gevallen wordt de student gevraagd zelf een publicatie in zwartdruk aan te schaffen die dan gescand wordt. Nadeel daarvan is wel dat de betreffende publicatie uit elkaar gehaald moet worden en niet meer bruikbaar is voor gewoon gebruik. Dit vormt een fundamentele belemmering voor het gebruik van een bibliotheek. Bovendien is het aantal scanfouten aanzienlijk waardoor een volledige correctie noodzakelijk blijft.

De positie van mensen die een beroep doen op lectuur en informatie in verband met het beoefenen van een vak of het bijblijven op het vakterrein is vergelijkbaar met die van studerenden bij HBO en Universiteit.


Bijlage 5

De meerkosten van de specifieke voorziening

Zolang er geen wetgeving is die informatieverstrekkers bindt aan het beschikbaar stellen van informatie in aangepaste vorm en het dragen van de kosten ervan zal aan de vraag naar materiaal dat mensen nodig hebben voor maatschappelijke participatie moeten worden voldaan. De kosten van het omzetten naar en beschikbaar stellen in een aangepaste leesvorm – voorzover die hoger zijn dan de kosten die goedzienden voor vergelijkbare producten en diensten betalen – mogen niet voor rekening van de gebruiker komen omdat deze daarmee in een ongelijke positie ten opzichte van goedzienden komen. Deze meerkosten moeten derhalve door de overheid gedragen worden.

De toegang tot kranten, tijdschriften en (studie)boeken die digitaal worden geleverd via het ‘gesloten’ kanaal van de blindenbibliotheken (anderslezen.nl) dient kosteloos te zijn omdat het gebruik vergelijkbaar is met de ‘leeszaal’ functie van een bibliotheek. Indien er sprake is van beschikbaar stellen op basis van abonnement mag een redelijke prijs gevraagd worden.

Het bovenstaande neemt niet weg dat de Federatie vindt dat door de lezers op diverse manieren bijdragen in de kosten geleverd kunnen worden.

Het ligt voor de hand dat blinden en slechtzienden de kosten betalen voor hun lectuur en informatie voorzover die kosten vergelijkbaar zijn met de kosten die goedzienden betalen voor vergelijkbare producten en diensten. Voor het lenen van boeken in een bibliotheek mag derhalve een zelfde bedrag gevraagd worden als een goedziende betaalt en – voorzover van toepassing – mag voor het kopen van een boek of het omzetten in een aangepaste leesvorm een prijs gevraagd worden die vergelijkbaar is met de prijs die een goedziende voor dezelfde publicatie betaalt. Voor een abonnement op een tijdschrift in braille of in gesproken vorm mag een bedrag gevraagd worden dat in redelijke verhouding staat tot die van een zwartdrukuitgave waarbij rekening gehouden moet worden moet enerzijds het al dan niet volledig beschikbaar stellen en anderzijds met de eventuele aanwezigheid van hetzelfde geschrift in het gezin.

Er is in een aantal gevallen sprake van publicaties van ‘derden’ waar mensen een bijzonder belang hebben in de beschikbaarstelling van een aangepaste leesvorm.

Wij noemen twee voorbeelden:

In principe mogen de meerkosten niet voor rekening van de gebruiker komen omdat zij daarmee in een ongelijke positie komen ten opzichte van goedzienden.

Voor het volgen van een studie (van basisonderwijs tot universiteit) zijn blinden en slechtzienden in bijzondere mate afhankelijk van de beschikbaarheid van een aangepaste leesvorm. Vaak moet door de student zelf een boek aangeschaft worden dat vervolgens omgezet wordt in een aangepaste leesvorm. Het zou hen in een extra ongelijke positie brengen als zij vervolgens ook zouden moeten betalen voor het omzetten in een aangepaste leesvorm. Wij wijzen erop dat in veel gevallen het door hen aangeschafte boek niet meer bruikbaar is doordat het ten behoeve van de omzetting uit elkaar gehaald is. De Federatie wijst bovendien af dat betaald moet worden voor de toegang tot de voorziening waar andere studerenden een vrije toegang hebben tot bv. de bibliotheken van de onderwijsinstellingen.

Belangenorganisaties van mensen met een visuele handicap en organisaties die overwegend werken voor mensen met een visuele handicap maken hogere kosten dan vergelijkbare organisaties voor het doen produceren van drukwerk.

De Federatie vindt dat het functioneren van deze organisaties extra belast wordt door het optreden van deze meerkosten.

Voor het kunnen lezen van gesproken teksten is een afspeler nodig die niet verkrijgbaar is op de commerciële markt en voor het lezen van digitale teksten zijn specifieke computeraanpassingen nodig. Voor het lezen van lectuur en informatie met de computer zijn specifieke aanpassingen nodig.

De Federatie vindt dat deze extra kosten om op een gelijkwaardige wijze van lectuur en informatie kennis te nemen niet ten laste van de gebruiker mogen komen.

Tenslotte vindt de Federatie dat de portvrijdom voor het verzenden van lectuur en informatie in aangepaste leesvorm moet worden gehandhaafd.

leesvorm moet worden gehandhaafd.


Inhoud| Zoeken| Downloads| bijdragen| Nieuws
Disclaimer, Copyright ©2002 - 2009 RMPRO All rights reserved.
Naar Vorige Pagina